Containers als standaardverpakking. Waarom 'werkt op mijn machine' daarmee geen argument meer is.
Categorie · DevOps & Infra
Wat Docker is.
Docker verpakt een applicatie samen met alle afhankelijkheden — runtime, bibliotheken, configuratie — in één afgesloten image. Dat image draait op elke host identiek, of het nu een laptop, een CI-runner of een productieserver is.
Anders dan een virtuele machine brengt een container geen eigen besturingssysteem mee, maar deelt hij de kernel van de host. Dat maakt hem licht: seconden in plaats van minuten om te starten, megabytes in plaats van gigabytes.
Waarom wij consequent containeriseren.
Elk product dat wij bouwen en beheren, draait in een container. Daarmee is de omgeving onderdeel van de code — de uitspraak "werkt op mijn machine" is geen argument meer, omdat de omgeving overal dezelfde is.
Dat verlaagt de onboarding-inspanning voor nieuwe ontwikkelaars tot een "docker compose up" en maakt deployments reproduceerbaar. Precies dat hebben wij nodig voor navolgbare, auditeerbare beheerketens.
Waar de grens ligt.
Docker lost het verpakken op, niet het orkestreren. Zodra meerdere containers over machines heen moeten schalen, storingbestendig draaien en automatisch vervangen worden, is er een laag erboven nodig — meestal Kubernetes.
Voor één enkele server met een paar services volstaat Docker Compose. Pas de belasting en de beschikbaarheidseis bepalen of er meer nodig is.

